• 1890 - 1915

    De geschiedenis van Jan Spek Rozen begint in 1890. Het jaar dat de twintigjarige Jan Spek zich vestigt in Boskoop, het beroemde Nederlandse sierteeltdorp. Jan wordt geboren op 28 mei 1869 in Nieuwkoop, een dorp in dezelfde regio. Hij verkent graag de omgeving en ontdekt Boskoop tijdens één van deze trips. Hij raakt enthousiast voor de sierteelt en gaat bij enkele kwekers in de leer, met de bedoeling daarna voor zichzelf te beginnen. Niet alleen de kwekerijen in Boskoop trekken hem aan, ook een lieftallige Boskoopse, Aartje Nijveld, weet zijn hart te raken. Jan, grondlegger van de Spek-dynastie, toont zich in alle opzichten ondernemend. Hij weet zowel een kwekerij te bemachtigen, als het meisje voor zich te winnen. Aartje Nijveld wordt zijn vrouw en de kwekerij in Boskoop gaat van start.
    In het begin is er alleen maar handel in het binnenland. Maar al snel wordt er ook in het buitenland verkocht. Met veel succes, want Jan Spek blijkt een uitstekend zakenman. De kwekerijen worden uitgebreid en in 1912 laat Jan een fraai landhuis bouwen. Hier is voldoende ruimte voor het hele gezin, dat inmiddels met acht kinderen is uitgebreid.
    Vanaf begin 1900 komt de belangstelling voor de roos op gang. Jan Spek introduceert dan al enkele nieuwe rozencultivars en ook een aantal nieuwe onderstammen. Bekend zijn daarbij de ‘Spek’s Improved’ en de ‘Spek’s Supreme’. Echter, nog beroemder wordt de door Nijveld gewonnen en door Jan Spek in de handel gebrachte onderstam ‘Rosa rugosa’.

  • 1915 - 1940

    De acht kinderen van Jan Spek groeien voorspoedig op. Drie van de zes zonen vertrekken naar het buitenland. Arie emigreert naar de Verenigde Staten en begint daar een eigen kwekerij. Piet gaat naar Canada en Dik naar Zweden. Zij worden daar verkopers van Jan Spek Kwekerijen. Johan sticht in Boskoop een eigen kwekerij. Deze bestaat nog steeds onder de naam Johan Spek Kwekerijen BV.
    Jan Spek II blijft in het bedrijf van zijn vader. Ook hij heeft een duidelijke voorliefde voor de koningin onder de bloemen, de roos. Door deze interesse ontstaan er vrij snel contacten met bekende rozenveredelaars in Europa en Amerika. Intussen ontwikkelt Jan zich tot een erkende rozenkenner. Tientallen malen treedt hij op als jurylid bij nationale en internationale rozenkeuringen. Succesvolle introducties vinden plaats, zoals de ‘Spek’s Yellow’. In Amerika maakt deze roos furore onder de naam ‘Golden Scepter’.
    Het bedrijf Jan Spek Rozen floreert, tot de beruchte crisis aanbreekt: de Grote Depressie. In de periode 1929-1940 vervallen velen tot armoede en stagneert de handel. Er wordt minder gekweekt en er vallen ontslagen. Het bedrijf probeert het hoofd boven water te houden. Gelukkig beschikt men over grond om groenten en aardappels te kweken, voor noodzakelijk levensonderhoud. Jan Spek Rozen weet nog handel te maken door grote ladingen kwekerijproducten naar Engeland te verschepen en daar te veilen. Dit zorgt ervoor dat het bedrijf de crisis overleeft. Echter, beter wordt het vooralsnog niet, want de crisis luidt de periode in tot de Tweede Wereldoorlog.

  • 1940 - 1965

    Gedurende de jaren van de Tweede Wereldoorlog, 1940-1945, kweekt Jan Spek Rozen, net als veel andere Boskoopse kwekers, tabak en diverse andere ‘verboden’ artikelen. Om de sierteelt maakt niemand zich erg druk. Overleven is belangrijker.
    Enkele jaren na de oorlog, in 1948, overlijdt grondlegger Jan Spek en gaat de leiding van het bedrijf naar zijn zoon, Jan Spek II. Hij pakt de zaken energiek aan, samen met zijn broers Piet in Canada, en Dik in Zweden.

    Jan Spek II krijgt bij zijn aantreden direct te maken met het kwekersrecht. Dit wordt in 1948 door wetgeving geïntroduceerd, en zorgt dat de situatie bij het bedrijf radicaal verandert. Door de nieuwe wetgeving kunnen nieuwe rassen beschermd worden en op naam van de veredelaar en aanvrager komen te staan.

    Waardoor de rassen verkocht kunnen worden onder een licentievergoeding aan producenten.
    Veel grote buitenlandse rozenveredelaars hebben al kennis gemaakt met Jan Spek Rozen en zijn op de hoogte van de kennis en deskundigheid. Door de nieuwe wetgeving wordt het bedrijf zeer interessant om in te schakelen bij de introductie van nieuwe rozenrassen. Het luidt een periode in van internationale agentschappen.

    Staat in die tijd nog steeds de tuinroos centraal, vanaf begin jaren ’60 groeit de belangstelling voor kasrozen. Deze zijn ideaal om te gebruiken als snijroos. Bij Jan Spek Rozen wordt direct op de nieuwe trend ingespeeld en wordt snel een kas gebouwd om tuinrozen te testen achter glas. Het begin van belangrijke innovaties.

  • 1965 - 1990

    De snijrozenteelt voor de kascultuur wordt steeds belangrijker. Veredelaars ontwikkelen nieuwe rozenrassen, met mooiere bloemen en per plant ook een grotere bloemenproductie. Ook zijn ze beter houdbaar in de vaas. Door de toenemende welvaart beschikken de consumenten over meer geld. Het wordt gebruikelijk om regelmatig bloemen te kopen. Jan Spek Rozen introduceert als agent een aantal rozenrassen en Nederlandse rozenkwekers starten massaal met de kweek hiervan. Het introduceren van nieuwe rozenrassen is erg lucratief, mede door nieuwe internationale wetgeving. Deze beschermt de veredelaar tegen ‘piraterij’.
    Door de succesvolle rozenintroducties breekt er voor Jan Spek een bloeiend tijdperk aan. Omdat het goed gaat met het bedrijf worden de broers in Canada en Zweden uitgekocht. Jan II zet het bedrijf voort met zijn drie zoons: Jan, Auke en Hette. Ook Jan’s dochter Ineke helpt enige jaren in het bedrijf mee. De liefde voor rozen blijkt over te gaan van vader op zoon, want de zoons van Jan Spek II krijgen dit ook te pakken. Met name zoon Hette is gek van rozen. Jan III gaat zich toeleggen op de kwekerij en zoon Auke op de particuliere verkoop van tuinrozen, waaronder veel nieuwe rassen.
    Zakelijk zijn er vele successen, maar in de familiekring is er ook verdriet. In 1984 overlijdt Jan Spek II op 80-jarige leeftijd. En in 1987 overlijdt zijn zoon, Jan Spek III, op 56-jarige leeftijd aan een ernstige ziekte. Vanaf deze periode treedt Hette Spek aan als directeur van Jan Spek Rozen.

  • 1990 - 2005

    Eind jaren tachtig, begin jaren negentig, verandert de markt drastisch. De rozenteelt verplaatst zich naar landen rond de evenaar, zoals Kenia en Ecuador. Deze blijken klimatologisch en qua teelt zeer geschikt. Voor Jan Spek Rozen is dit echter minder gunstig. Als agent zijn er nauwelijks verdiensten in Afrika en Zuid-Amerika. De verdiensten liggen in Nederland, maar daar stagneert de verkoop. Het roer gaat daarom rigoureus om. De agentschappen worden beëindigd en het bedrijf gaat weer eigen rozen introduceren.

  • 2005 - Heden

    Zakelijk gaat het Jan Spek Rozen voor de wind. Helaas gaat het minder goed met de gezondheid van Hette Spek. Een chronische ziekte, die zich openbaarde toen hij begin twintig was, zorgt voor veel klachten. In 2007 treedt zoon Erik aan als directeur. Broer Jan is verantwoordelijk voor de plantproductie en Alex, zoon van Auke, houdt zich bezig met de tuinrozen verkoop en veredeling en selecties van tuinrozen.
    Naast tuinrozen zijn kasrozen erg belangrijk. Het bedrijf doet zaken in vele landen wereldwijd, en wordt daar vertegenwoordigd door agenten.

    Dan breekt het jaar 2015 aan. Jan Spek Rozen bestaat 125 jaar. Sinds de komst van grondlegger Jan Spek in Boskoop is er veel bereikt. Het familiebedrijf kijkt dan ook dankbaar terug naar alle jaren, waarin velen inspanningen hebben verricht om Jan Spek Rozen te laten groeien en bloeien.
    Vreugde en verdriet liggen vaak dicht bij elkaar. Zo ook in het jubileumjaar. Oud-directeur Hette Spek komt te overlijden, op 29 mei 2015. In diezelfde periode wordt het predicaat “Hofleverancier” verlengd. H.M. Koning Willem-Alexander besluit dat Jan Spek Rozen opnieuw gedurende 25 jaar deze titel mag voeren.

    Voor directeur en zoon van Hette, Erik Spek, is het een troostrijk blijk van waardering. Zeker nu ook de vijfde generatie zich gaat aandienen. Zoon Yannick volgt een opleiding bloementeelt, en dochter Jennifer een studie executive officemanagement. Zij zullen te zijner tijd toetreden tot het familiebedrijf. Vanuit traditie en trots op de prestaties van hun voorgangers. En vanuit de wens hieraan ook hun eigen bijdrage te mogen leveren.